Duurzaam eten; lokaal en seizoensgebonden!

Je kunt in Nederland het jaar rond eten van je eigen tuin, daar is lang niet iedereen zich van bewust. Op een klein stukje land kun je dan ook veel verschillende gewassen verbouwen, wat ook nog eens een positief effect heeft op de biodiversiteit, de bodem en de gewassen. In dit interview vertelt Ingrid Verdegaal van de Zelfoogsttuin Elsgeesterhof ons meer over seizoensgebonden en lokaal eten. Lekker en ook nog eens hartstikke duurzaam! 

Gemeenschapslandbouw; Voor en door de lokale inwoners

Ingrid heeft vanuit de gedachten van ‘Community Supported Agriculture’, oftewel gemeenschapslandbouw,  het initiatief genomen om op het terrein van Volkstuinvereniging Elsgeest in Voorhout de Zelfoogsttuin op te zetten. Hier worden op kleinschalige en milieuvriendelijke wijze lokale groenten, fruit en bloemen geteeld. Voor en door de lokale inwoners. Het initiatief loopt erg goed en steeds meer mensen sluiten zich aan door lid te worden, zodat ze wekelijks kunnen meeprofiteren van de oogst. Naast het voedzame aspect van dit project, is educatie ook een belangrijk thema. 

Er komen hier gezinnen met opgroeiende kinderen om te oogsten en soms ook schoolklassen, ze leren door zien en ervaren. De frambozen heb ik hier eigenlijk speciaal voor de kinderen staan, zodat ze het fruit van de struiken kunnen plukken en direct kunnen proeven.

Met wat voor bodem hebben we in Teylingen eigenlijk te maken?

“Dat verschilt per plek, ook hier op de tuin. Er zijn stukken echt harde klei, in een droge periode wordt de grond daar heel hard dan moet je hem goed vochtig houden. Het aanbrengen van compost heeft natuurlijk ook effect. Net als de gewassen die je verbouwd. Daarom is het jaarlijks wisselen van de soorten gewassen ook zo belangrijk. Bonen laten bijvoorbeeld een hele rijke grond achter, kolen hebben daar en tegen weer veel voedingsstoffen nodig. En het bodemleven, van klein tot groot, is van groot belang. Een voorbeeld van het grote bodem leven zijn de mollen, die zorgen voor afwatering, houden de grond luchtig en eten slakken.

Als we zelf een tuintje bij ons huis hebben, kunnen we dan ook aan de slag?

“Ja hoor, je kunt van je gazon al een groente tuintje maken. Je zou dan kunnen beginnen met gewassen die het makkelijk doen; courgettes, sla, uien, eetbare bloemen zoals goudsbloem, Oost-Indische Kers en het driekleurig viooltje. Voor kruiden kun je ook altijd wel een plekje vinden in de tuin, die groeien ook prima in een pot op het balkon, dan kun je denken aan munt, citroenmelisse, hysop (ook wel nederlands lavendel genoemd, te gebruiken in soepen en sauzen). Precieze cijfers heb ik niet maar je hebt echt geen grote tuin nodig om vier verschillende soorten groente per week voor drie mensen te kunnen oogsten.”

Is kennis over de bodem en de gewassen noodzakelijk?

“Het helpt wel natuurlijk, maar als mensen zeggen dat het hen moeilijk lijkt om hun eigen groente te verbouwen, zal ik dat zeker niet bevestigen. Je moet gewoon beginnen, doen en het niet erg vinden als er eens iets mislukt, dat hoort erbij.  Je leert daar elke keer weer van. Ik heb bijvoorbeeld ook drie verschillende soorten sperziebonen en drie soorten courgettes, dat is buiten leuk, ook een vorm van risicospreiding. Het is altijd zoeken naar de juiste combinatie, je werkt samen met de natuur, je hebt de omstandigheden niet allemaal in de hand. 

Het is nu hartje zomer, wat betekent dat voor de tuin.

“De zomer is de beste tijd op de tuin, het seizoen van overvloed. Uien, aardappelen, tomaten, prei, wortelen, bietjes, sla, snijbiet, andijvie, Nieuw-Zeelandse spinazie, tomaten, komkommer, courgette, koolrabi, broccoli, bloemkool, spitskool, snijbonen en sperziebonen komen nu van het land.”

Wat zouden we nu (nog) kunnen zaaien?

“Sla kan nog, spinazie, radijs, veldsla, rucola, andijvie en winterpostelein. Het is nu ook het moment om groenbemesters te zaaien. Dat zijn verschillende gewassen die elk hun eigenschap hebben om de kwaliteit van de bodem te verbeteren. Bijvoorbeeld om stikstof te binden, of door lange wortels te zorgen voor een goede waterdrainage in de bodem. Ze voegen organisch materiaal toe aan de bodem en de bodem is zo in de winter niet onbedekt. Dat voorkomt dat de grond dichtslaat en zorgt tevens voor voeding voor het bodemleven. Voorbeelden van groenbemesters zijn winterrogge, japanse haver, phacelia en bladmostert. Hierbij is kennis over de gewassen wel enigszins van belang, zodat je kwaliteit van de groenbemester in lijn is met je teeltplan.”

“Ook in de winter komt er nog van alles van het land, knolselderij, prei, diverse koolsoorten, winterpeen en pastinaak. In winterpostelein zit bijvoorbeeld heel veel vitamine C. Je hoeft dus ’s winters om aan je vitamine te komen niet elke dag geïmporteerde sinaasappelen te eten.”

Wat maakt het voor jou zo leuk, om zelf je eten verbouwen?

“Ten eerste de verwondering en de verbazing over dingen. Neem nou bijvoorbeeld de tomaten. Dat uit zo’n klein tomaten zaadje dat je in de grond stopt, zo’n enorme plant groeit waar trossen tomaten aan hangen. De kleuren, de geuren de textuur van de gewassen. Ten tweede de rust en de stilte. Werken in en met de natuur zorgt voor ruimte in je hoofd. Als ik hier nu aan kom fietsen kom ik door een donker bomenlaantje, dan fiets ik de tuin op en daar is het licht, al die mooie kleuren, geuren, het is een klein paradijs!”

Hieronder als afsluiter nog een leuk recept met groente van dit seizoen, met dank aan Arjan Houwaart: